zondag 29 november 2009

Thaise Mosselen

Een tijdje weggeweest. Althans, van het schrijven. Een overlijden in de naaste kring. Dan krijg je dat. In de tussentijd wel gewoon veel gekookt. Veel met de herinnering aan het koken dat ik wekelijks deed voor de oude Braaf. Jarenlang. Eerst gewoon bij ons thuis. Iedere week stond-ie om een uur of zes bij ons voor de deur. En vertrok dan om een uur of 9 weer met de taxi. Maar het opklauteren van de trappen in ons huis werd 'm op een gegeven moment toch te veel. Dus gingen we het anders organiseren. Iedere zondag met een krat met etenswaren in de auto naar de Hoek. En met keukengereedschap. Daar was in zijn keuken niet zoveel van te vinden. Buiten twee messen, twee oude Sabatiers die na een haal over het aanzetstaal loeischerp bleven.
Bij 'm thuis in de Hoek kookten we alles wat ons voor de geest kwam. Eten van over de hele wereld kwam op z'n tafel. Heerlijk vond-ie dat. "Als jullie koken eet ik altijd anders dan ik gewend ben."
Onder het koken door neusde ik door z'n vakbladen. Discussieerden we over van alles en nog wat. Vaak over de zin en onzin van biologische landbouw. Daar had-ie niet zoveel mee op. Wat mij altijd weer verbaasde, want ooit stond hij als onderzoeker op het Proefstation in Naaldwijk aan de wieg van de biologische bestrijding. Hij schreef het eerste proefschrift waar het begrip 'biologische bestrijding' in voorkwam. Maar daar kon het niet bij blijven, volgde uit z'n onderzoek. Het ging om een combinatie van biologische en chemische bestrijding. Dáár ging dat proefschrift over.

Mosselen waren een favoriet gerecht voor 'm. Hij kreeg ze gemakkelijk weg. Want vlees werd op den duur te lastig kauwen. In talloze variëteiten maakten we die mosselen. Ook op z'n Thais.

De basis is een curry-mengsel dat ik altijd zelf maak. Niet alleen voor mosselen, er is ook een heel goede curry met kip en groenten mee te maken. Ik pikte het idee voor het recept van Matt Follas, in het voorjaar de winnaar van Masterchef op de BBC.
In de currypasta gaan koriander, citroengras, gember, bird-eye chili, knoflook, limoenrasp, limoensap, en wat suiker. De lekkerste gember koop ik altijd op de boot, de grote Chinese supermarkt onder aan de Euromast. De állerlekkerste die ze hebben is jonge Thaise gember. Die is heel zacht van smaak, heeft nog niet het scherpe wat gember soms kan hebben. Meestal heb ik pech, is die jonge Thaise er niet.

Alle ingrediënten gaan gehakt in de vijzel en dan is het een kwestie van een tijdje goed stampen totdat er een fijne pasta is ontstaan. Die pasta gaat dan in een pan waar een scheut olie inmiddels goed heet in is geworden. Roeren, en ruik hoe alle geuren uit de curry loskomen. Dat is heel iets anders dan de lucht van de potje groene curry die in de supermarkt te koop zijn. Fris ruikt het, groen. Niet zo muf.
Als de curry z'n geuren door de keuken heeft verspreid gaat er een scheut vissaus en een blik kokosroom in de pan. De boel moet nu even aan de kook komen. Pas dan gaat een deel van de mosselen er in. Altijd maar een deel, ik eet m'n mosselen graag heet en kook ze daarom altijd in porties. Niet te lang. Door en door gare mosselen hebben een onprettige bite. Volgens m'n vader de bite van fietsband of van elastiek. Ik houd er in ieder geval van als m'n mosselen nog romig zacht zijn. Dat je ze uit de schelp op kunt slurpen. En dan flink veel brood om in de saus te dopen om die ook allemaal op te kunnen eten.


zondag 20 september 2009

Gerookt Kemper Landhoen

Het is nog steeds lekker weer. Dus nog steeds alle reden om in de tuin eten te maken. Dat gasfornuis en de oven komen wel weer. M'n smoker blijft nog even m'n eerste keus. Want met verschillende soorten hout krijg je verschillende smaken. Hickory wordt het vandaag.

De kip van keuze is een Kemper Landhoen. Dat heeft niks met de Kempen in Brabant te maken, het beest komt aan z'n naam door Herman Kempers. Die ging begin jaren '90 in de Achterhoek aan de slag met een 'ouderwetse' kip. Hij wou met andere kleinschalige boeren de consument weer laten genieten van de 'smaakvolle, stevige kip van weleer'. Die van mij is biologisch, en ik kan op de website het nummer van mijn kip invoeren om meer over de voorgeschiedenis te weten te komen. BHN226968 typ ik in. Als antwoord krijg ik het volgende te zien:

Nog een keertje typen om de eerste suggestie te checken. Dat levert weer hetzelfde resultaat op. Een beetje een teleurstellend wel, al met al. Nou weet ik immers nog niks van mijn kwaliteitsproduct. Ik ga er maar even vanuit dat m'n kip niet ruim 9 jaar oud is (dan duurt de bereiding tot na middernacht, schat ik zo), maar dat de database nog bijgewerkt moet worden. Is vast achtergebleven door de drukte in de vakantietijd... Mijn kip is dan waarschijnlijk na die datum uitgeleverd.
Ik ben nog wel nieuwsgierig en voer wat andere getallen in om erachter te komen welke info ik kan verwachten. Het is nu wel raak en ik word doorgesluisd naar een pagina waarop ik kan lezen wanneer en bij wie de kip als kuiken uit het ei kroop. Ook lees ik daar dat kuiken daarna naar een voorverwarmde stal werd overgebracht. Volop daglicht was daar, en strooisel op de grond, en hij kon overdag naar hartelust buitenspelen. Hoe lang? Een week of 12. Een stuk langer dan normale ploffers. Dat zijn eigenlijk obese kuikens, met doorgezakte poten en hartkwalen. Die gaan na een week of 6 al richting slachterij. Kunstmatig heeft zo'n beest overigens ook 12 weken geleefd. Door het licht om de 6 uur aan en uit te knippen wordt zo'n beest een tweemaal zo hoog levensritme opgedrongen. Mijn Kip heeft twaalf echte weken rondgehold. Of een beetje onder de struiken zitten tokken. Beetje in de boomgaard gescharreld. In een gemoedelijke Achterhoekse sfeer. En in die tijd kon-ie ook nog eens voor tenminste 80% biologisch voer naar binnen werken. Wat voor het grootste deel uit tarwe, maïs en gerst bestond.

Dat is allemaal lang niet slecht en ik besluit dan ook dat Kip een eenvoudige behandeling krijgt. Allereerst een goed bad met flink zout water en geplette knoflook. Daar mag-ie een paar uur in. Flink zout water maakt dat Kip lekker mals blijft als-ie in mijn smoker verblijft. Dat verblijf duurt ook wel een uurtje of wat. De temperatuur is er niet schroeiend heet, daar hou ik niet van. Ben meer iemand van rustig garen. Dan hou je meer over van waar je mee begonnen bent. En blijft dat ook nog eens malser. En Kip is een kwaliteitsproduct, dus dat moet ook een kwaliteitsbereiding krijgen.
Na het zoutbad droog ik Kip met wat keukenpapier af en hang 'm dan een tijdje te drogen. Een goed droog vel maakt dat de rook er straks beter op 'pakt'. Als-ie droog is stop ik een handvol laurier in de buikholte. Daar hou ik het bij.

Goed. De smoker opgestookt. Hout stond al een tijdje te weken, dat kon ik afgieten en op de gloeiende houtskool leggen. Maïskolven op het onderste rooster, Kip bovenin op het rooster met een thermometer in z'n bast gestoken. Deksel erop, roken maar.
Ondertussen maakte m'n lief een salade die Kip en maïs zou gaan vergezellen. In die sla gingen romeinse sla, eikenblad sla, radicchio rosso, een kromme komkommer (die zijn een stuk goedkoper én veel smakelijker dan de rechte!), groene paprika, kappertjes, gebakken pistachenoten en Roquefort. De dressing bestond uit een flinke kneep limoen, sardijnse olijfolie, zout en peper.

Na een ruime 2 uur was Kip klaar. 't Ging nog even bijna mis toen ik het vel nog even knapperig wilde maken boven het vuur. Gelukkig was het bijna.

zaterdag 19 september 2009

Volgende week: Noorse kreeft!

Ik leef dan wel in de grote stad, maar ook hier in Rotterdam houden we een oogstfeest. Nou nee, niet alleen maar een feest, een heel Festival zelfs. Twee dagen lang. Dat las ik op affiches in de stad. En het ging niet alleen om de oogst, het ging om boeren en buren. Om Cultuur en Culinair. In de stad moeten we weer weten waar ons eten vandaan komt, zo vindt men. En liefst moeten we dingen eten die niet zover van ons vandaan geteeld en grootgebracht en gemaakt worden. Wat je van dichtbij haalt is lekker! Daar ben ik wel een groot voorstander van, dingen van ver weg kosten een hoop energie vanwege het transport en zorgen daarmee ook nog eens voor een overbodige belasting van het milieu.

Ik voerde daar laatst een uitgebreide mail-wisseling over met de Consumentenservice van Plus. Die supermarkt zegt dat het tegenwoordig goed boeren is bij ze. Ik wou dan ook graag weten van welke lokale producent ik spulletjes kon kopen bij ze. Dat viel erg tegen. Ik werd verwezen naar een site met informatie. Daar nam ik geen genoegen mee, ik kon daar de lokale producenten uit de buurt van mijn BuurtPlus nergens vinden. Na drie keer heen en weer mailen stopten de antwoorden. Ik snap dat niet, bij de Plus in de buurt van Amersfoort weet je als klant wél wie jouw spulletjes in en uit de grond deed. Lees hier meer over dat initiatief! En zeur erover bij je eigen super!

Afijn. Rond een uur of half drie waren we op het festivalterrein. In de veronderstelling dat we daar onze groenten konden kopen. Uit een emailtje van Frank wist ik al dat hij er niet zou zijn, dus vlees hadden we al wel gekocht. Maar met die groenten viel het erg tegen. Kraampjes waren er zat, alleen niet van heel erg veel boeren die er hun groenten kwamen verkopen. Sapjes konden we krijgen. Ik ontdekte dat er een oude boomgaard met hoogstamfruit is in Ommoord, die door bewoners wordt onderhouden. Dat leverde me een contact op voor appelhout. Lekker om op te roken. Kaas was ook in wel 3 kraampjes te krijgen. Ook te krijgen waren druiven. M'n lief kende ze nog, van vroeger. Stonden bij haar opa in de kas. Blauwe en witte Frankenthalers. Daar namen we trossen van mee.

De leukste kraam was die van Zeeliefhebbers. Dat is een initiatief van een fotograaf. Die gaat ieder maand mee op een schuit waar men kleinschalige en innovatieve visserij bedrijft op de Noordzee. Hugo Schuitemaker, zo heet die fotograaf, gaat mee om foto's te maken. Die foto's leiden tot een maandelijkse uitgave van fotografie met dagverse vis. Via de site van Zeeliefhebbers kan je die dagverse vis bestellen. Als er zo'n 20 mensen bij elkaar in de buurt wonen zoekt hij een plek waar je je zooitje vis af kunt halen. Mét die uitgaven van zijn foto's.

Mijn bestelling is al weg. Volgende week krijg ik voor €20 anderhalve kilo Noorse kreeft. Ik heb een week om na te denken wat ik daar mee ga doen.

zondag 13 september 2009

Oeh! Mjammie!

In de tuin hadden de tomaten het erg goed gedaan. We haalden er een paar kilo vanaf. Samen met verschillende soorten sla hadden we er al de nodige van gegeten. Als sla. Met brood. Ons favoriete zomereten. Maar er waren er nog steeds heel veel over. Tijd om tomatensoep te maken.
Ik had al een keer pappa al pommodoro gemaakt. Dat was lekker, maar we misten toch de diepte in de smaak. Dat kan aan de tomaten hebben gelegen. Bij ons in de tuin staan die niet écht volop in de zon. En die zon is wel nodig om ze die lekkere volle smaak te geven. Het kon er ook aan liggen dat dat soepje met alleen maar water wordt gemaakt.

D'r is nog een andere manier om soep een hele volle smaak te geven. Dus ging ik naar de slager en kocht er botten en vlees. Die gingen met prei, wortels en bleekselderij in de oven, op een 200º. Daardoor bruinen de botten en het vlees. Smelt vet uit het vlees. Resultaat is een mooie donkere, en ook magere bouillon.

Na een goed halfuur had ik een goed begin voor een stevige bouillon. Aan kruiderij ging er wat Mexicaanse peper, kruidnagel, laurier, foelie, zwarte peper, paar tenen knoflook bij. Koud water in de pan en op het vuur. Ruim 4 uur kreeg het de tijd van me om bouillon te worden. Daar moet je ook niet te snel in zijn. Laag vlammetje onder de pan, het mag niet koken, en geduld hebben. Alle smaken komen dan te voorschijn.
Pas de volgende dag kwam ik ertoe om de bouillon te zeven en het vlees van de botten te scheiden. Dat gaat immers gewoon weer de soep in. Dat scheiden ging wel soepel. Het vlees was zo gaar geworden dat het van de botten afviel. De bouillon kon zo gegeten worden. Zo lekker was die al.

Het plan was echter om er tomatensoep mee te maken. Uit 'Op zoek naar perfectie' haalde ik een manier om m'n tomaten meer smaak te geven. Eerst ontvellen, daarna een 12 minuten onder volle druk in de hogedrukpan. Af laten koelen en daarna nog eens het vocht inkoken. Volgens Blumenthal krijg je dan een geconcentreerde tomatensaus. Voordeel van het inkoken was verder ook dat er bijna alleen tomaat de bouillon in ging, en nauwelijks nog vocht.
Tomaten leveren ons een vijfde smaak op. De vier bekende smaken zijn zout, zoet, zuur, bitter. Tomaten voegen daar 'umami' aan toe. 'Umami' is een Japans woord, afgeleid van 'umai', het Japanse woord voor lekker. Het versterkt hartig zoute en zoete smaken. Nou, dat klopte wel.

Het resultaat was een pan fantastische tomatensoep. Smaken die, bij wijze van spreken, door je mond over elkaar buitelden.

Oeh! Mjammie!

zaterdag 5 september 2009

Zurrapa ahumado (tiene cierto parecido con los rillettes)

Benamahoma is een dorpje met zo'n 400 inwoners in Andalusië, provincie Cádiz, in het natuurpark Sierra de Grazalema. Aan het eind van het dorp is een uiterst rustige camping. Zo rustig, dat de bar alleen in de middag een tijdje open is. Dat maakt dan weer dat je voor je vertering 's ochtends (en 's avonds ook trouwens) het dorp in gaat en daar ziet wat de bewoners voor ontbijt verorberen. Zoals bijna overal elders in Spanje zijn dat meestal tostadas met olijfolie. Ik zag er ook vaak een plastic bak op tafel verschijnen. De inhoud daarvan werd op de tostadas gesmeerd. "Rillettes", dacht ik, alleen zo heet het niet in het Spaans. Dan heet het 'zurrapa' en die is er in de variëteiten 'blanco' en 'roja'. Wit en rood dus. Het verschil zit 'm in de paprika, een specerij die in Spanje veel gebruikt wordt.
'Tostadas con zurrapa' bevielen me wel. Machtig spul. Niet iets om dagelijks op brood te smeren, ik hoef niet zonodig dicht te groeien. Maar wel iets om zelf ook eens te maken.

Uit 'The River Cottage Meat Book' dook ik het basisrecept voor 'rillettes' op. Het komt er op neer dat je reepjes varkensvlees lang suddert in het eigen vet. Het gaat om de lage temperatuur, zo rond de 120º. Dat maakt dat het vlees langzaam gaart en er nauwelijks Maillardreacties optreden. Het resultaat is zacht en sappig vlees. (Overigens, 'rillettes' is het verkleinwoord voor 'rillons'. Dat zijn grotere stukken buikspek die worden gegaard in het eigen vet, maar dan op een hogere temperatuur. Het wordt dus gewoon gebraden en je krijgt dan wel die bruining van het vlees.)

Het liefst was ik 'all the way' gegaan en had ik de 'zurrapa' gemaakt van Iberisch varken. M'n Rotterdamse slager kon daar wel aan komen, maar dan moest ik wel meteen 10 kilo afnemen. Hij vertelde me erbij dat het erg vet spek is, daar staan die Iberische varkens ook om bekend. Het was iets meer dan ik van plan was, dus hield ik me gewoon bij Hollands varken. Speklappen en schouder, samen een kilootje. In reepjes gesneden. Uit de koelkast kwam een grote pot spekvet, gesmolten uit een stuk reuzel van m'n marktslager.

In de tuin plukte ik verse tijm, oregano en majoraan. Uit de kruidenpotten kwamen daar nog foelie, kruidnagel, laurier en steranijs bij. Dat ging met z'n allen in een stuk kaasdoek. Een paar gehalveerde sjalotten en een tweetal gekneusde tenen knoflook verdwenen ook in de pan.

Nou is de meest voor de hand liggende manier natuurlijk om de pan met inhoud en al in oven te zetten. De temperatuur daarvan is goed te reguleren, je hebt er geen omkijken naar. Gewoon de keukenwekker een paar keer helemaal ronddraaien en klaar is Kees. Meestal doe ik dat ook, ik sudder graag in de oven, juist vanwege die fijne precisie in temperatuur. Ik was echter op zoek naar een extra smaak, de smaak van rook. De smoker kwam er weer aan te pas. Kooltjes aan het gloeien maken, ondertussen hout weken. Volgens het recept moest de pan een uur of 4 in de oven, dus ik besloot om een hele zak houtskool te gebruiken. Toen dat het allemaal deed was de temperatuur boven in de smoker ruim 130º. Hout erbij. Pan erin om een uur of 6, en ik keek er niet meer naar om. Nou, wel naar de temperatuur. Die bleef netjes rond de 130º hangen, tot 's avonds 10 uur aan toe. Toen goot het inmiddels bakken van de hemel. In het donker rende ik door de tuin om m'n pan in huis te halen. Het zag er goed uit.

Eerst de knoflook en de sjalotten uit de pan gevist. Daarna het vlees in een zeef geschept. Dat vervolgens met 2 vorken tot draadjes uiteen getrokken. Dat ging erg gemakkelijk, het vlees was botergaar. Vlees in twee porties verdeeld. Wat zout erbij, peper. Ene portie meteen met vet overgoten: 'zurrapa blanco'. Andere portie nog flink wat paprika doorheen geroerd: 'zurrapa roja'. Ook daar vervolgens vet over gegoten.

De volgende ochtend brood van m'n bakker onder de grill in de oven. Royaal besmeerd met 'zurrapa blanco' en 'zurrapa roja'. Proeven. Allebei een diepe smaak. De kruiden en de rook zijn allemaal te herkennen, zonder dat er iets overheerst. Paprika had misschien nog wat meer gemogen. Ook een toon van het vet herkenbaar in de smaak. Vlees is nog duidelijk als textuur aanwezig. Ga ik vaker doen. Niet te vaak. Het is nogal een calorieënbom. Maar lekker...!

zondag 30 augustus 2009

Hout. En koken op TV.

Voor koken is het niet nodig, voor roken wel: hout. Hoewel, koken op hout geeft wel die extra smaak. Angelina Pujol Guiu in het restaurant van de camping in Castellbò kookt wel op hout.
Logisch, koken op gas vergt, zeker voor een restaurant, een permanent aan- en afvoeren van gasflessen. Een andere reden is de uitbundige beschikbaarheid van hout in de Pyreneeën. Niet alleen pijnbomen, maar ook diverse soorten eik. Kurk, steeneik en groene eik onder andere. En eega Juan bezit percelen met bomen, dus koken op hout ligt voor de hand. Op eik. Want dat brand lang en goed, en geeft die extra smaak, vooral als je vlees op dat hout grilt. Maar ook de pan met bouillon voor de paella hangt boven het vuur. Het maakt dat de hele omgeving geurt naar brandend eikenhout als de keuken in bedrijf is.Die geur leidde ook weer tot gesprekken over hout. Want, ik kook dan wel niet op hout, ik gebruik het wel veel, om op te roken. Zowel in m'n rookkast als op m'n BBQ als in m'n smoker.
Om die reden had ik tijdens eerdere vakanties al eens een flink deel van de achterbak van de auto volgeladen met steeneik in Anso, hoog in de westelijke Pyreneeën. Dat waren forse stukken, en die noopten tot de aanschaf van een flinke bijl. Ik stookte er 2 jaar m'n BBQ op en met de methode van indirect grillen met het deksel erop gaf dat een fantastische smaak. Ook voor de smoker is het geweldig hout. Het geeft lang smaak af en maakt ook dat bijvullen met houtskool bij het roken van grotere stukken vlees die langere tijd nodig hebben, niet nodig is.
Angelina en Juan, enthousiast geworden over m'n spek, deden me bij het afscheid een bos hout cadeau. Het hout waar m'n 'lomo' op gegrild was. Volgens hen weer een andere eiksoort dan die ik uit Anso had meegenomen.

Koken op TV, twee programma's die de moeite van het bekijken meer dan waard zijn:
Vandaag, zondag, om 21.50 uur in het programma Spraakmakers een bezoek aan de kok Ferràn Adriá, van restaurant El Bulli in Roses. Lees je dit bericht te laat, dan kun je het zondagnacht om 1.00 uur of zaterdag om 13.30 uur nog bekijken.
Verder zag ik het afgelopen week een dag te laat. Canvas zendt de serie 'In Search of Perfection' uit. Op dinsdagavond. De kok Heston Blumenthal van restaurant The Fat Duck in Bray rafelt de smaak van alledaagse gerechten uiteen en bouwt het gerecht vervolgens weer in onderdelen op om de 'perfecte uitvoering' te koken. Aanstaande dinsdag weer, om 21.30 uur.

zondag 23 augustus 2009

Ik ga op vakantie en neem mee...

Vier weken weg. Vier weken niet koken en roken in m'n achtertuin. Vier weken zowiezo niet met vuur spelen. Bestemming was Spanje, en daar mag je al jaren niet meer fik stoken. Het is er zo droog dat het risico op bos- en andere branden torenhoog is. Per koninklijk besluit is de bbq buiten de wet geplaatst. Koken is dus die vier weken op de campingbrander gedaan. Of niet, en aten we buiten de deur. Tent.

Spanje is het land van de 'jamónes' en de 'embutidos'. Daar kan ik erg van genieten. Het begon in Castellbò, een dorp op een kleine 30 km van Andorra la Vella.
Daar is een camping waar we graag komen. Bij aankomst word je verwelkomd door Maria, met de vraag: "Wat wil je drinken?" Die vraag word je, al naar gelang waar je vandaan komt, gesteld in het Spaans, Catalaans, Frans, Engels, Duits, of Nederlands.
Na een dag raakte ik aan de praat met Juan Buchaca Solé, samen met zijn vrouw Angelina Pujol Guiu eigenaar van de camping. Van een eerder verblijf wist ik al dat Juan naast de camping ook nog in hout doet. Hij heeft een eigen perceel in de omgeving, maar koopt en verkoopt hout ook op andere plaatsen.
Maar goed, het gesprek ging dit keer over 'jamón'. Jaarlijks maakt Juan een fors aantal hammen. Die rijpen hoog in de Pyreneeën in de droge lucht. Uit Andorra komt men om zijn ham te kopen. En nee, in Nederland kan dat niet, gedroogde ham maken. Het is daar te vochtig. Net zoals in Barcelona, dat ook aan zee ligt.
Praten over 'jamón' maakte dat ik die ook wel wilde proeven. Dat kon. Nog niet die ene die al bijna 3 jaar hangt te drogen. Die gaat-ie in oktober aansnijden. Maar wel van een ham die nu ruim 2½ jaar oud is. Anders dan je meestal ziet doet hij dat uit het handje. Weet daarmee wel van die mooie, flinterdunne plakjes af te snijden. Mooi droog, mooi zout. Lekkere toets van noten. Heerlijke nasmaak. Ik kreeg een onsje of wat mee om later met brood op te eten.
Ik had zelf nog een stuk spek bij me. Dat was nog over van het Braambrugs big. Dat had, in het vochtige Nederlandse klimaat, toch al weer 2 maanden in de keuken gehangen. Was al flink gedroogd. Ja, dat was ook wel erg lekker. De hele familie werd erbij gehaald en ze beaamden het allemaal.

Vanuit Castellbò was de tocht naar Granada. Het Alhambra en de Generalife zijn daar, één van de mooiste bouwwerken en één van de mooiste tuinen die ik ken. Reden genoeg om er naartoe te gaan.
Nog een reden is een gastronomische: een klein restaurant vlak aan de voet van het Alhambra, in een zijstraatje aan de zuidwestkant net aan de overkant van het Plaza Nueva. Daar was ik ooit, struinend door de oude Moorse wijk, terechtgekomen. Een pijpenla van 15 meter diep en 3 meter breed. Ongehoord druk. De tafels staan er zelfs in de steeg naast het restaurant. En niet voor niets. Eén van de zaken die op de kaart staan is de 'Surtido de Ibéricos'. Een plank met vleeswaren van het Iberisch varken.
Van links naar rechts op de foto:
  • salchichón - gewone worst, goed gedroogd, stevige 'bite'
  • lomo - haas, gedroogd, licht met paprika bestoven
  • chorizo - paprikaworst, lekker grof, stevig gekruid, mooi vet
  • morcilla - bloedworst, goed gekruid, mooi vet, stevige 'bite' met stukjes vlees
  • jamón - ham, de lekkerste die bestaat, volstrekt 'hors concours': 'bellota', ofwel van varkens die zich hebben volgegeten met eikels
Samen met een fles goed gekoelde manzanilla is dat heel goed te verteren. Zeker als inmiddels schuin achter ons ook nog eens een flamenco-artiest aan het werk gaat. En de man achter de bar ons op cocktails trakteert. We halen nog net de laatste bus terug naar de camping.

Op onze weg terug naar huis kochten we nog even in. We willen thuis ook nog wel genieten van 'embutidos'. En van nog het een en ander. Dus, we gingen op vakantie en namen mee:

  • een Iberische ham; geen 'bellota', die viel even buiten de prijzen (in Spanje kost zo'n ham van pakweg 10 kilo toch nog ruim €350)
  • blikken ansjovis
  • morcilla; wél 'bellota'
  • een Franse gerookte knoflookworst, die het al niet meer helemaal naar huis haalde
  • chorizo; ook 'bellota'
  • morcón; een grove, droge paprikaworst van varkenstong en -poot, gerijpt in de blinde darm van het beest, 'bellota'
  • chorizo de Pamplona; een van de variëteiten die er te krijgen is, lekker gekruid
  • een fles 'cava', die we op de terugweg meekregen van Maria in Castellbò
  • flessen Pedro Ximenez; een langgerijpte, bijna ondoorzichtig donkerkleurige, stroperige, zoete sherry met noten, chocolade, koffie, rozijnen in de smaak